22 569 résultats
Gebonden, Hardcover met stofomslag dit is enkel deel 5; Spoorloos, 1986-1990 ISBN 978907783379. Aan de vakgroep architectuur & stedenbouw wordt sinds 2007 gewerkt aan de publicatie van het verzameld werk van de Belgische architectuurcriticus Geert Bekaert (1928). Midden jaren 80 verschenen reeds de eerste delen van de verzamelde opstellen, onder redactie van Mil De Kooning en Herman Stynen. Tussen 2008 en 2012 werden de volgende 7 delen gepubliceerd onder redactie van Christophe Van Gerrewey en Mil De Kooning. Meer dan dertig jaar al schrijft Geert Bekaert over kunst en architectuur. Dat doet hij met een ontvankelijkheid voor de meest uiteenlopende onderwerpen. Van ijzeren volkskunst in Vlaams-Brabant tot het Weense raffinement van Hans Hollein. Van Koptische kunst tot Koolhaas. Léger en James Lee Byars. Enzovoort, want opsommen is nutteloos. Opsommen is wat Geert Bekaert trouwens nooit doet in zijn geschriften. Een der wezenstrekken daarvan is zijn verlangen om te erkennen: een verlangen om het onderwerp heel te houden door niet te reduceren naar een vaste norm of methode. Geen verhalen die de wereld van zijn onderwerp aan het oog onttrekken maar woorden waarin die wereld tot ontsluiting komt. Niet de gesloten wereld der abstracties maar de concrete wereld die nooit àf is. Die telkens moet vernieuwd worden in zinvolle, in concrete werken en in zinvolle, concrete verhalen daarover. Dààr liggen Geert Bekaerts stapstenen, daar ligt zijn kromme weg, de weg die geen beloofde bestemming kent maar ook niet zonder richting is. Richting en gerichtheid sluiten verandering en verschuiving niet uit: het concrete contact met het onderwerp maakt spraak maar maakt ook tegenspraak mogelijk. Het is met de weg die Geert Bekaert gaat als met het leven, dat tegenstellingen in het leven roept en samen houdt - met als enige restrictie dat het inderdaad om leven gaat. Die versatiele verkenningen maken van deze teksten een zeldzaam avontuur. Voor de maker - die zijn eigen ruimte creëert, een klankruimte die zonder zijn stem onbestaande is - en niet minder voor de lezer, als dié tenminste bereid is een gemakkelijk evenwicht prijs te geven en geen vaste maar een beweeglijke waarheid te aanvaarden. Is deze voorwaarde vervuld dan wordt een tekst van Geert Bekaert een gebeuren: achter ogenschijnlijke ongenaakbaarheid ontvouwt zich een aanspreekbare schriftuur, een aanspreekbare werkelijkheid. Al was het maar voor de duur van een lectuur /Mil De Kooning.
Gebonden, Hardcover met stofomslag compleet. 9 volumes, met bijna 650 teksten en met meer dan 4000 pagina's. deel 1; Stapstenen, 1950-1965 / deel 2; Los in de ruimte, 1966-1970 / deel 3; Hierlangs, 1971-1980 / deel 4; De kromme weg, 1981-1985 / deel 5; Spoorloos, 1986-1990 / deel 6; Nergens blijven, 1991-1995 / deel 7; Schuilplaats, 1996-2000 / deel 8; Kleur bekennen, 2001-2005 /deel 9; Wijnvlekken, 2006-2011. complete set in nieuwstaat. Enkel deel 4 is genummerd 1/80 ex. ISBN: 978907783379 ISBN 978907783379. Aan de vakgroep architectuur & stedenbouw wordt sinds 2007 gewerkt aan de publicatie van het verzameld werk van de Belgische architectuurcriticus Geert Bekaert (1928). Midden jaren 80 verschenen reeds de eerste delen van de verzamelde opstellen, onder redactie van Mil De Kooning en Herman Stynen. Tussen 2008 en 2012 werden de volgende 7 delen gepubliceerd onder redactie van Christophe Van Gerrewey en Mil De Kooning. Meer dan dertig jaar al schrijft Geert Bekaert over kunst en architectuur. Dat doet hij met een ontvankelijkheid voor de meest uiteenlopende onderwerpen. Van ijzeren volkskunst in Vlaams-Brabant tot het Weense raffinement van Hans Hollein. Van Koptische kunst tot Koolhaas. Léger en James Lee Byars. Enzovoort, want opsommen is nutteloos. Opsommen is wat Geert Bekaert trouwens nooit doet in zijn geschriften. Een der wezenstrekken daarvan is zijn verlangen om te erkennen: een verlangen om het onderwerp heel te houden door niet te reduceren naar een vaste norm of methode. Geen verhalen die de wereld van zijn onderwerp aan het oog onttrekken maar woorden waarin die wereld tot ontsluiting komt. Niet de gesloten wereld der abstracties maar de concrete wereld die nooit àf is. Die telkens moet vernieuwd worden in zinvolle, in concrete werken en in zinvolle, concrete verhalen daarover. Dààr liggen Geert Bekaerts stapstenen, daar ligt zijn kromme weg, de weg die geen beloofde bestemming kent maar ook niet zonder richting is. Richting en gerichtheid sluiten verandering en verschuiving niet uit: het concrete contact met het onderwerp maakt spraak maar maakt ook tegenspraak mogelijk. Het is met de weg die Geert Bekaert gaat als met het leven, dat tegenstellingen in het leven roept en samen houdt - met als enige restrictie dat het inderdaad om leven gaat. Die versatiele verkenningen maken van deze teksten een zeldzaam avontuur. Voor de maker - die zijn eigen ruimte creëert, een klankruimte die zonder zijn stem onbestaande is - en niet minder voor de lezer, als dié tenminste bereid is een gemakkelijk evenwicht prijs te geven en geen vaste maar een beweeglijke waarheid te aanvaarden. Is deze voorwaarde vervuld dan wordt een tekst van Geert Bekaert een gebeuren: achter ogenschijnlijke ongenaakbaarheid ontvouwt zich een aanspreekbare schriftuur, een aanspreekbare werkelijkheid. Al was het maar voor de duur van een lectuur /Mil De Kooning.
Gebonden, Hardcover met stofomslag compleet. deel 4; De kromme weg, 1981-1985 ISBN 978907783379. Aan de vakgroep architectuur & stedenbouw wordt sinds 2007 gewerkt aan de publicatie van het verzameld werk van de Belgische architectuurcriticus Geert Bekaert (1928). Midden jaren 80 verschenen reeds de eerste delen van de verzamelde opstellen, onder redactie van Mil De Kooning en Herman Stynen. Tussen 2008 en 2012 werden de volgende 7 delen gepubliceerd onder redactie van Christophe Van Gerrewey en Mil De Kooning. Meer dan dertig jaar al schrijft Geert Bekaert over kunst en architectuur. Dat doet hij met een ontvankelijkheid voor de meest uiteenlopende onderwerpen. Van ijzeren volkskunst in Vlaams-Brabant tot het Weense raffinement van Hans Hollein. Van Koptische kunst tot Koolhaas. Léger en James Lee Byars. Enzovoort, want opsommen is nutteloos. Opsommen is wat Geert Bekaert trouwens nooit doet in zijn geschriften. Een der wezenstrekken daarvan is zijn verlangen om te erkennen: een verlangen om het onderwerp heel te houden door niet te reduceren naar een vaste norm of methode. Geen verhalen die de wereld van zijn onderwerp aan het oog onttrekken maar woorden waarin die wereld tot ontsluiting komt. Niet de gesloten wereld der abstracties maar de concrete wereld die nooit àf is. Die telkens moet vernieuwd worden in zinvolle, in concrete werken en in zinvolle, concrete verhalen daarover. Dààr liggen Geert Bekaerts stapstenen, daar ligt zijn kromme weg, de weg die geen beloofde bestemming kent maar ook niet zonder richting is. Richting en gerichtheid sluiten verandering en verschuiving niet uit: het concrete contact met het onderwerp maakt spraak maar maakt ook tegenspraak mogelijk. Het is met de weg die Geert Bekaert gaat als met het leven, dat tegenstellingen in het leven roept en samen houdt - met als enige restrictie dat het inderdaad om leven gaat. Die versatiele verkenningen maken van deze teksten een zeldzaam avontuur. Voor de maker - die zijn eigen ruimte creëert, een klankruimte die zonder zijn stem onbestaande is - en niet minder voor de lezer, als dié tenminste bereid is een gemakkelijk evenwicht prijs te geven en geen vaste maar een beweeglijke waarheid te aanvaarden. Is deze voorwaarde vervuld dan wordt een tekst van Geert Bekaert een gebeuren: achter ogenschijnlijke ongenaakbaarheid ontvouwt zich een aanspreekbare schriftuur, een aanspreekbare werkelijkheid. Al was het maar voor de duur van een lectuur /Mil De Kooning.
Gebonden, Hardcover met stofomslag compleet. enkel deel 3; Hierlangs, 1971-1980 ISBN 978907783379. Aan de vakgroep architectuur & stedenbouw wordt sinds 2007 gewerkt aan de publicatie van het verzameld werk van de Belgische architectuurcriticus Geert Bekaert (1928). Midden jaren 80 verschenen reeds de eerste delen van de verzamelde opstellen, onder redactie van Mil De Kooning en Herman Stynen. Tussen 2008 en 2012 werden de volgende 7 delen gepubliceerd onder redactie van Christophe Van Gerrewey en Mil De Kooning. Meer dan dertig jaar al schrijft Geert Bekaert over kunst en architectuur. Dat doet hij met een ontvankelijkheid voor de meest uiteenlopende onderwerpen. Van ijzeren volkskunst in Vlaams-Brabant tot het Weense raffinement van Hans Hollein. Van Koptische kunst tot Koolhaas. Léger en James Lee Byars. Enzovoort, want opsommen is nutteloos. Opsommen is wat Geert Bekaert trouwens nooit doet in zijn geschriften. Een der wezenstrekken daarvan is zijn verlangen om te erkennen: een verlangen om het onderwerp heel te houden door niet te reduceren naar een vaste norm of methode. Geen verhalen die de wereld van zijn onderwerp aan het oog onttrekken maar woorden waarin die wereld tot ontsluiting komt. Niet de gesloten wereld der abstracties maar de concrete wereld die nooit àf is. Die telkens moet vernieuwd worden in zinvolle, in concrete werken en in zinvolle, concrete verhalen daarover. Dààr liggen Geert Bekaerts stapstenen, daar ligt zijn kromme weg, de weg die geen beloofde bestemming kent maar ook niet zonder richting is. Richting en gerichtheid sluiten verandering en verschuiving niet uit: het concrete contact met het onderwerp maakt spraak maar maakt ook tegenspraak mogelijk. Het is met de weg die Geert Bekaert gaat als met het leven, dat tegenstellingen in het leven roept en samen houdt - met als enige restrictie dat het inderdaad om leven gaat. Die versatiele verkenningen maken van deze teksten een zeldzaam avontuur. Voor de maker - die zijn eigen ruimte creëert, een klankruimte die zonder zijn stem onbestaande is - en niet minder voor de lezer, als dié tenminste bereid is een gemakkelijk evenwicht prijs te geven en geen vaste maar een beweeglijke waarheid te aanvaarden. Is deze voorwaarde vervuld dan wordt een tekst van Geert Bekaert een gebeuren: achter ogenschijnlijke ongenaakbaarheid ontvouwt zich een aanspreekbare schriftuur, een aanspreekbare werkelijkheid. Al was het maar voor de duur van een lectuur /Mil De Kooning.
23 cm, brossura illustrata; pp. 108
22x24 cm, brossura illustrata con risvolti; pp. 259, numerose illustrazioni
24 cm, brossura illustrata; pp. 110
A cura di Alessandro Allemandi e Benedetto Camerana. Postfazione di Roberto Gabetti. Un testo di Gordana Korolija Fontana Giusti; traduzione di Carola Lodari . 16mo. pp. 160. . Perfetto (Mint). . . .
25 cm, br. illustrata, p. 88, 103 ill. in nero e tavole a colori più volte ripiegate
français Grand in-4 non paginé (16 pp.) + Suite de 14 planches h.t.; cartonnage souple, couverture rempliée illustrée. Tirage numéroté imprimé par Draeger Frères. Avec une suite de 14 planches hors texte.
Reli?. 192 pages. 22x29 cm. Jaquette illustr?e. Tr?s bon ?tat.
IN 4. BR AVE COUV REMPLIEE [MOY]. 160 PP. ENV 150 ILL EN NOIR. [BE]
Editions du Chêne, 1999. In-4 (30 x 25 cm) cartonnage éditeur sous jaquette illustrée en couleurs, illustrations en couleurs, 295 pages. Ont participé à la rédaction du texte de cet album : Bruno de Cessole, Jean François Solnon et Frédéric Valloire. Histoire, architecture, décors & appartements (avec les plans), les trianons, jardins et statuaire, le musée de l'histoire de France.
Evocation de Versailles par l'écrivain et critique d'art Raymond ESCHOLIER (1882-1971), avec rappels historiques: le château, les jardins, les Trianons, le Musée, la ville; nombreuses illustrations: vignettes en noir (photos); 6 planches couleurs et 1er plat de couverture d'après aquarelles de Nicolas MARKOVITCH. (1ère édition illustrée d'après aquarelles de cet artiste, l'édition antérieure, de 1930, étant illustrée d'après celles de Claude Sibra, et la couverture de François de Marliave). Français
Un volume broché de format in 8° de 160 pp.; nombreuses illustrations photographiques en héliogravure; qulques planches et couverture en couleurs. Couverture rempliée. Quelques rousseurs. Bon état. Voir photo.
Visite du Musée de Versailles, et, à travers elle, évocation de l'histoire du château et de ses ci-devant illustres occupants. Illustrée de photos du château et de ses jardins, et surtout de nombreuses reproductions de tableaux (portraits en particulier). Couverture illustrée par René BINET. Français
Draeger 1953, In-folio broché couverture de papier gaufré à rabats, 14 pages de texte avec illustrations in texte + suite de 14 planches en hors texte, certaines en couleurs et doubles. Exemplaire numéroté. Album diffusé par les Libraires de France et d'Outre Mer au profit du Comité National pour la sauvegarde du Chateau de VERSAILLES. PLANCHES : SALLE DES GARDES DE LA REINE. ANTICHAMBRE DE LA REINE. GALERIE DES GLACES. CHAMBRE DU ROI. CHAMBRE DE LA REINE (PLAFOND). SALON DE VENUS (DETAIL). SALON DE DIANE (DETAIL). CHAMBRE DE MARIE ANTOINETTE. SALLE DU CONSEIL DU ROI. SALON DE L'OEIL DE BOEUF. SALLE DES GARDES (PLAFOND). CHAPELLE ROYALE (LA VOUTE). ESCALIER DE LA REINE. PETIT TRIANON - LE GRAND SALON OU SALON DE COMPAGNIE. Parfait état.
Essai historique sur le château de Versailles et ses jardins, de sa construction pour Louis XIII à Louis XVI, et l'influence de la résidence royale française sur les cours européennes, par l'archiviste-paléographe historien d’art Yves BOTTINEAU, inspecteur général des musées chargé en 1987 du château de Versailles (1925-2008); notes; plans, reproductions de peintures anciennes, photos; index; bibliographie. 1ère édition, exemplaire bien complet de ses jaquette et étui illustrés. Français
Les Musées Nationaux. 1949. In-8 Carré. Broché. Etat d'usage. Couv. remarquable. Dos frotté. Intérieur acceptable. 170 pages. Illustré de nombreuses photos en noir et blanc dans le texte. Texte sur 2 colonnes. Le Château. Les Jardins. Le Parc. Les Trianons. Le Jeu de Paume...
Texte par Philippe Gille de l'Institut. Dessins et relevés par Marcel Lambert, 2 vol. in-folio reliure éditeur pleine percaline verte, armoiries en plat, couv. et dos conservés, Edition Nationale, Maison Mame et Fils, Tours, 1899, 2 ff., xv-308 pp et 2 ff., 297 pp. Bon état (couv. lég. frottées, des rouss.) pour cet exemplaire dans la reliure d'édition, peu commune. Un impressionnant ouvrage de référence. Français
304p., illus. One of a limited edition of 100 copies signed by the Artist. 29 mounted color plates. Hardcover Very good condition, in full vellum, inner hinges cracked
Undated, illustrated, plan. eng
Grenoble: B. Arthaud, 1929 - E.O. - Grand in-4°, 26 x 33 cm - Reliure 1/2 chagrin à coins frottés -Dos à nerfs orné de filets et d'Armoirie - Plats & Gardes marbrés - Couverture conservée - signet - 206 héliogravures + 4 aquarelles couleurs hors texte sous serpente légendée de Camille Carlier-Vignal -. 150 pages + Table - Très bon état.
PARIS, Ed. France Loisirs - 1998 - Fort in-4 - Reliure éditeur pleine toile sous jaquette illustrée en couleurs (léger accroc en tête) - Très nombreuses illustrations en couleurs dans le texte et hors texte, certaines pleine page - 423 pages - Très bon exemplaire